digitaleKANSEN

22 September 2005

Toespraak Frank Vandenbroucke

Filed under: België, Overheid — MarQ @ 12:00

22 september 2005, Leuven - Toespraak van de Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming

Zoals u wellicht weet wil ik van gelijke kansen in werk, onderwijs en vorming de rode draad van mijn beleid maken. Omdat we in een kennismaatschappij leven, is de problematiek van de digitale kloof daar onlosmakelijk mee verbonden. Het betreft bovendien een problematiek die raakvlakken heeft met verschillende aspecten van mijn mandaat als minister: het ICT-beleid voor scholen en ICT-basisvaardigheden voor alle jongeren, laaggeschoolden, werkzoekenden. ICT is volledig doorgedrongen in de beroepswereld en in het dagelijks leven. Bijgevolg zijn ICT- basisvaardig-heden en het leren omgaan met nieuwe media voor iedereen noodzakelijk.

Het spreekt dan ook voor zich dat de bekommernis voor gelijke kansen voor alle leerlingen ongeacht hun afkomst, vaardigheden of toegangsmogelijkheden tot ICT ook een doelstelling is van het ICT-beleid in werk en onderwijs.

Dat de digitale kloof een realiteit is blijkt o.a. uit wetenschappelijk onderzoek van prof. Roe en Jan Vandenbulck uit 2001 in opdracht van het departement Onderwijs. 11% van de leerlingen uit het secundair onderwijs hadden toen thuis géén PC. Voor hen is het dan ook belangrijk dat ze via het onderwijs de kans krijgen om op een PC te werken en ICT -vaardigheden te verwerven. Het onderzoek van Prof. Roe leert verder dat jongeren uit het BSO beduidend minder toegang hebben tot een PC thuis dan jongeren uit het ASO en TSO. Eén op vier jongeren uit het BSO beschikte thuis niet over een PC. Bij jongeren uit het ASO en TSO was dit percentage slechts ca. 5%. ICT kan de reeds aan de gang zijnde dualisering van de maatschappij tussen hoog- en laagge-schoolden dus nog vergroten.

Nuancering
Toch wil ik ervoor pleiten om het debat genuanceerd te voeren. Doorgaans gebruikt men de term “digitale kloof” om te wijzen op een gender-, generatie- of sociale kloof waarbij dan verondersteld wordt dat vrouwen, ouderen of laaggeschoolden minder toegang zouden hebben tot ICT dan mannen, jongeren en hoger opgeleiden. Bij deze veronderstellingen zijn toch wat kanttekeningen te plaatsen:

Er was in het verleden weinig onderzoek dat het bestaan van een digitale kloof tussen de genoemde groepen ondersteunt
De term digitale kloof suggereert een statisch gegeven terwijl dit zeker niet zo is. Voor bepaalde maatschappelijke groepen verloopt de toegang tot ICT misschien trager, maar daarom niet minder manifest
Het debat rond de digitale kloof richt zich bovendien nogal sterk op toegang tot PC’s en toegang tot internet. In veel publieke plaatsen zijn PC’s en internet gratis beschikbaar, bijv. bibliotheken; via onderwijs komen alle jongeren met ICT in aanraking,… Veel belangrijker dan de toegang zijn echter de digitale inhouden en diensten en het gebruik ervan. M.a.w. bezit iemand de vaardigheden om informatie te zoeken en is die informatie wel kwaliteitsvol en divers genoeg? Maakt iedereen optimaal gebruik van de talrijke interactieve, educatieve, bedrijfseconomische, sociale, culturele, ontspannende, … toepassingen die via de nieuwe communicatienetwerken mogelijk worden?

Het maatschappelijke debat over de digitale kloof heeft zich in het verleden waarschijnlijk té veel gefixeerd op het materiële, infrastructurele aspect van de digitale kloof. Op zijn minst even belangrijk is het slopen van mentale en intellectuele drempels en het stimuleren van het efficiënte gebruik van de nieuwe digitale media.

Maar ook hier is nuancering nodig. Mogelijk worden ICT en meer bepaald het internet als kwaliteitsvolle informatiebron soms overschat Er blijven tal van andere belangrijke infobronnen. Er is helemaal niets dat erop wijst dat niet aangesloten zijn op internet zou leiden tot slecht geïnformeerd zijn of tot geringere sociale participatie. We ontkennen natuurlijk niet dat internet een belangrijke, zelfs een cruciale informatiebron en communicatiemiddel is geworden in de huidige kennissamenleving.

De discussie over de digitale kloof gaat soms over toegang en soms over gebruik. De relatie daartussen is bovendien verre van eenduidig. Ik veronderstel dat strategisch gebruik belangrijker is dan de toegangskwestie - toegang op zich is niet zo’n groot probleem - en dat de school een rol kan spelen door alle leerlingen de ICT-basisvaardigheden bij te brengen. 90 procent van de secundaire scholen bieden trouwens toegang tot ICT buiten de lesuren.

Mijn conclusie is dat er niet één digitale kloof is, maar eerder een combinatie van verschillende breuklijnen, naar gelang van leeftijd, geslacht, gezinssamenstelling, opleidingsniveau, inkomen, beroepscategorie en geografische variabelen. Daarom is er geen mirakeloplossing om de digitale kloof te verkleinen. Het gaat hier om een complexe materie waar op verschillende domeinen aan gewerkt moet worden.

Initiatieven vanuit het departement Onderwijs

Door via eindtermen iedere leerling met ICT in contact te brengen, zorgt het onder-wijs ervoor dat alle leerlingen ongeacht hun afkomst een gelijkwaardige ICT-basisvorming krijgen. ICT biedt bovendien mogelijkheden om de leerprocessen voor de andere leergebieden en vakken specifiek af te stemmen op de beginsitu-atie en het leerritme van de leerlingen. Ook in de toekomst blijft het belangrijkste aspect van het ICT-beleid erin bestaan alle uitstromers de nodige functionele, leerprocesgerichte en sociaal-ethische ICT-vaardigheden bij te brengen. Tegen het einde van de leerplicht moeten leerlingen over de ICT-basiscompetenties beschikken.

De Basiseducatie is een onderwijsvorm die tot doel heeft laaggeschoolde volwassenen de nodige kennis en vaardigheden bij te brengen in functie van zelfredzaamheid en zelfontplooiing. Het aanbod van basiseducatie is een instrument in de strijd tegen de (dreigende) educatieve dualisering van de samenleving. Een kerntaak is het terugdringen van laaggeletterdheid en laaggecijferdheid. Hieronder horen ook ICT- vaardigheden. De dominante aanwezigheid van ICT in de huidige maatschappij opent nieuwe wegen maar stelt mensen ook voor nieuwe problemen. Basiseducatie helpt deze volwassenen hun weg te vinden in de kennismaatschappij door hen te leren hoe je met nieuwe technologieën omgaat, door hen de kans te geven om te leren met en over computers en door te werken aan sociale en communicatieve vaardigheden met betrekking tot ICT. Op die manier draagt de basiseducatie bij aan het overbruggen van de digitale kloof.

Het ICT-beleid in het leerplichtonderwijs en de basiseducatie zijn mijn twee belangrijkste instrumenten om iets aan de digitale kloof te doen. Dat dit op zich niet voldoende is, is hier vandaag uitgebreid aan bod gekomen. Jongeren die uit de boot van het gewoon voltijds leerplichtonderwijs vallen en niet tot de doelgroep van de basiseducatie behoren, dus o.m zij die deeltijds leren en werken, of in het buitengewoon onderwijs terechtkomen dreigen de digitale boot te missen.

Link in de kabel
Hiervoor gaf ik reeds aan dat het maatschappelijke debat over de digitale kloof betrekking heeft op het materiële, infrastructurele aspect van de digitale kloof maar zeker ook op het slopen van mentale en intellectuele drempels en het stimuleren van het efficiënte gebruik van de nieuwe digitale media. Link in de kabel is actief op precies deze lijnen.

Binnen de sociaal-culturele volwassenensector worden regelmatig zowel door gespecialiseerde instellingen, volkshogescholen als verenigingen opleidingen georganiseerd rond nieuwe informatietechnologieën, internetcursussen e.d. Dit betekent voor allerlei doelgroepen een lage drempel en een extra stimulans om de opleidingen aan te vatten. In de lijn van dergelijke initiatieven situeert zich ook “link in de kabel”.

Het is de verdienste van “link in de kabel” dat zij voor die doelgroep van laaggeschoolde jongeren initiatieven ontplooit om hen - in weerwil van hun sociale situatie - te laten participeren aan de kennismaatschappij. Belangrijk daarbij is volgens mij dat er op 2 sporen gewerkt wordt: enerzijds laagdrempelig toegang tot ICT verzekeren en anderzijds veel aandacht besteden aan het kwaliteitsvol omgaan daarmee, aan basisvaardigheden en hen zo de vele mogelijkheden van ICT leren kennen.

Link in de kabel stelt zendt meteen ook een onmiskenbaar signaal uit: met de huidige werkwijze en middelen slagen de samenwerkende leden er ieder apart niet of nog niet in het eigen ICT-beleid zelfstandig te voeren. Link in de kabel biedt de Leuvense organisaties die er deel van uitmaken hier een specifieke meerwaarde. Op het snijvlak van jeugdwerk, welzijnswerk, onderwijs bewijst Link in de kabel hoe onontbeerlijk maatwerk en vrijwilligerswerk zijn.

“Link in de kabel” staat op de drempel haar werking van het lokale naar een breder, regionaal niveau uit te breiden. Ik vind het zeker noodzakelijk dat “link in de kabel” aansluiting zoekt bij bestaande en gelijkaardige initatieven.

Zo is er in Oost-Vlaanderen het initiatief “Virtuele drempel” , georganiseerd door RISO Aalst dat in 2002 door het Departement Onderwijs werd gecofinancierd.
Door het centrum voor algemeen welzijnswerk Archipel (Brussel) worden basisopleidingen informatica, spelend leren in groep en individuele begeleiding georganiseerd. Doelstelling is een informatica-atelier in de Noordwijik uit te bouwen, waar individuen zowel als groepen computerlessen kunnen volgen en de infrastructuur onder begeleiding ter beschikking staat van de bewoners
In de Jongerenadviescentra ( JACS ), bibliotheken en culturele centra zijn er informaticavoorzieningen (pc - internet) voor jongeren beschikbaar en worden op een laagdrempelige manier cursussen georganiseerd.
Het bijbrengen van ICT-basisvaardigheden gebeurt ook aan werkzoekenden via het programma aangename kennismaking met de computer bij de VDAB. Deze doe-opleiding is geïntegreerd in de sluitende aanpak van werkzoekenden. Via de sectorwerking wordt ook de aandacht gevestigd op werknemers die op ICT-vlak nog moeten bijbenen. De mobiele apparatuur en het werkmateriaal wordt dan ook ter beschikking gesteld om direct in de bedrijfsomgeving dergelijke basisopleidingen te verzorgen.
Ook de mogelijkheden voor een Europese financiering via o.a. de Interreg-, elearning-, e-content- of Grundtvigprogramma’s moeten bekeken worden.
Via het regionaal expertisecentrum Vlaanderen -dat nascholing aanbiedt op vlak van ICT - en in alle provincies steunpunten heeft, kunnen eventueel vrijwilligers opgeleid worden. Hiermee kan tegemoet gekomen worden aan de vraag naar vorming op maat via het train-the-trainer principe.

Ook inzake de nood aan aangepaste leermiddelen zie ik synergieën mogelijk tussen Link in de kabel en lopende initiatieven. Gedurende deze legislatuur krijgt het softwarebeleid immers een sterke impuls. Enerzijds via het ondersteunen van een lokale educatieve portaalsite, Klascement, anderzijds via de introductie en integratie van vrije en open bron software en open leermiddelen in het onderwijs. Ik vraag trouwens dat ook de onderwijskoepels nauwer bij deze beweging aansluiten.

Verder lijkt het me van belang op regionaal niveau alle betrokkenen samen te brengen. Ik denk hierbij in de eerste plaats aan wat we gaandeweg de brede school zijn gaan noemen.. Het gaat er daarbij om de school en haar onmiddellijke omgeving sterker dan vroeger te laten interageren. Ik verwees al naar de mate waarin scholen nu al hun ICT-infrastructuur openstellen buiten de lesuren.

Op het niveau van de Vlaamse regering hebben we bovendien de zogenaamde RESOC of regionale economisch en sociale overlegcomités opgericht. Mijn streven daarbij is een bredere en geïntegreerde aandacht te behouden voor alle relevante beleidsdomeinen inzake lokale ontwikkeling, zoals welzijn, onderwijs, mobiliteit. Vandaag werken mijn medewerkers een model uit waarbij iedereen die is betrokken bij afwisselend leren en werken binnen de contouren van deze regionale sociaal-economische overlegcomités, sterk wordt aangezet tot coördinatie en geconcerteerde actie. Het ware interessant na te gaan of jullie doelstellingen via deze weg niet ook kunnen worden gerealiseerd. Het lijkt me daarom van belang dat een project als Link in de kabel dat een aantal organisaties uit de domeinen welzijn, onderwijs en jeugdwerk verenigt aansluiting zoekt bij deze RESOC-netwerken.

Los van de net vermelde denkpistes wil ik samen met mijn kabinet en administratie bekijken hoe we de evolutie waar Link in de kabel voor heeft gekozen mee kunnen ondersteunen en daarbij de bestaande instrumenten optimaal benutten. Ik wens de betrokken organisaties veel succes toe met dit initiatief.

Ik dank u.

No Comments »

No comments yet.

RSS feed for comments on this post. TrackBack URI

Leave a comment

You must be logged in to post a comment.

Powered by WordPress